U bent hier: Leden Commisies HARECO De golfregels

De Golfregels

Kennis van de golfregels is van groot belang bij golf. Niet alleen om het GVB examen met succes af te ronden maar ook tijdens het spelen. U bent zelf de scheidsrechter en dient te handelen volgens de regels.

De regels kunnen nadelig zijn in het geval strafslagen gerekend moeten worden maar er kan voordeel verkregen worden wanneer een speler zonder straf mag handelen. Kortom het is van groot belang dat de regels bekend zijn. De golfregels zijn lastig om te leren. Om het theorie deel van het GVB examen te kunnen halen worden vaak enkel de examenvragen uit het hoofd geleerd. Dit is niet voldoende om voldoende inzicht te verkrijgen om de regels in de baan juist toe te passen.

Ter voorbereiding van het GVB geeft Rob regelmatig een cursus, voor meer info over de cursus en het oefenen van de golfregels kunt u terecht op de site van Rob.

via de site van de NGF kun je de golfregles 2012-2015 bekijken  Klik hier .

Voor de veranderingen van deze regels in 2012  klik hier.

Samenvatting van de golf regels 2012. klik hier.

De R&A (The Royal and Ancient Golf Club of St Andrews) heeft diversen beslissingen genomen over onduidelijheden in de regels. Wilt u meer weten over deze beslissingen, dan kunt u deze beslissingen bekijken. klik hier ( alleen in het Engels )

De meest overtreden golfregels

1. Advies vragen of geven tijdens ronde (Regel 8-1). Iedereen kent wel de vragen “Wat sloeg jij?” en “Kan jij zien wat ik fout doe?”, of de goedbedoelde opmerkingen “je moet niet zo opkijken!” en “je moet je clubblad iets meer openzetten als je uit de bunker slaat!” Advies vragen of geven: in beide gevallen probeert men het aantal slagen te beperken. Bij strokeplay krijgt degene aan wie advies wordt gevraagd natuurlijk ook twee strafslagen op het moment dat hij de vraag beantwoordt en daardoor advies geeft. De speler die in matchplay het eerst deze regel overtreedt, verliest de hole.

2. Niet de juiste procedure volgen bij het ontwijken van belemmering door een obstakel of abnormale terreinomstandigheden (Regel 24-2b en Regel 25-1b). Zodra een speler besluit een van de bovengenoemde belemmeringen te ontwijken, MOET hij heerst het “dichtstbijzijnde punt zonder belemmering” bepalen (zie Definitie). Vervolgens moet hij de bal droppen binnen één stoklengte van dat punt. Meestal wordt vergeten of nagelaten eerst het bovengenoemde punt te bepalen. Volgt de speler niet de juiste procedure, dan kan hij een straf oplopen omdat hij dropt en speelt van een verkeerde plaats. Net zo belangrijk is dat hij, buiten de strafslagen, zichzelf meestal te kort zal doen.

3. Verbeteren van de ligging van de bal of de ruimte van de voorgenomen swing (Regel 13-2). We kennen allemaal het voetje op een tak of de struik achter een been, zodat een moeilijk of niet speelbare bal plotseling wel speelbaar is. Of het platdrukken van het gras achter de bal waardoor deze tijdens de slag ineens wel zichtbaar is. Deze actie scheelt vaak een slag, zeker als je de daardoor opgelopen strafslagen niet meetelt.

4. Identificeren van een bal zonder de mede-competitor of tegenstander te informeren of zonder de bal eerst te merken (Regel 12-2). Het is niet voor niets dat de speler zijn mede-competitor(s) of tegenstander moet waarschuwen zodat zij, indien zij dat zouden willen, de gelegenheid hebben toe te kijken of alles wel correct gaat. Indien dit achterwege wordt gelaten, wekt dat al snel achterdocht. Gegarandeerd 99% van alle spelers vergeet bovendien bij deze procedure zijn bal te merken.

5. Aanraken van de puttinglijn (Regel 16-1a). Het platdrukken van oneffenheden (bijvoorbeeld spikemarks) op de puttinglijn is voor velen onder ons een slechte ingeburgerde gewoonte.

6. De bal ligt in een waterhindernis en wordt vervolgens op een foute plaats gedropt. In plaats van het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis kruiste, wordt vaak de plaats waar de bal ongeveer in de waterhindernis ligt als referentiepunt gebruikt om de bal buiten de hindernis te droppen. Meestal wordt een bal ergens op de kant gedropt, ter hoogte van de plaats waar de bal ongeveer in het water ligt. Vooral bij de laterale waterhindernissen kan dit een aanzienlijk lengtevoordeel opleveren. Men speelt dan echter wel van een verkeerde plaats (twee strafslagen!), maar dikwijls is er bovendien sprake van een “Serious Breach” (ernstige overtreding) zodat de speler moet worden gediskwalificeerd.

7. Niet uitholen van korte puts tijdens een strokeplaywedstrijd (Regel 3-2). Dit is eigenlijk de meest merkwaardige, maar wel de ernstigste overtreding, die helaas zeer regelmatig voorkomt. Het gaat veel te ver om deze overtreding af te doen met de opmerking “Hoor eens even, ik speel wel voor mijn plezier…!”. Het plezier in het spel wordt natuurlijk nooit bedorven door de korte putjes gewoon in de hole te slaan. De speler die bang is en weigert zijn plezier in het spel te laten vergallen door het missen van korte putjes, verdient maar één straf: diskwalificatie.

8. Afspraken om golfregels niet na te leven (Regel 1-3). Wanneer iedereen in alle eerlijkheid eens bij zichzelf te rade gaat, zal hij al snel tot de conclusie komen dat hij lang niet altijd heeft gereageerd op een door een tegenstander of mede-competitor begane overtreding. Zolang u niets zegt, hoeft er nog niet direct sprake te zijn van een afspraak de regels niet na te leven. Zodra u echter door een opmerking te kennen geeft dat volgens u de ander iets fout doet, moet u de consequentie daarvan aanvaarden dat de strafslagen ook daadwerkelijk worden genoteerd. In het geval uw mede-competitor niet uitholet op een green en u noteert zonder iets te zeggen toch een score voor hem, dan bestaat er wel degelijk een (stilzwijgende) afspraak om een regel niet na te leven en behoort u beiden te worden gediskwalificeerd (Decision 1-3/6)

9. Redelijke mate van zekerheid of een bal verloren is in een waterhindernis of GUR. Provisionele bal gespeeld voor een bal die waarschijnlijk verloren is in een waterhindernis. Men is soms veel te snel geneigd om maar aan te nemen dat een bal wel in een waterhindernis zal liggen, om zodoende te vermijden dat men helemaal terug moet gaan. Het spelen van een provisionele bal voor een bal die waarschijnlijk in een waterhindernis ligt, is niet toegestaan (Regel 27-2a).